NetLoon

De AOW, uitgelegd

De AOW is het staatspensioen van Nederland. U bouwt het niet op met premie maar met VERZEKERDE JAREN: wie in Nederland woont is verzekerd, en over elk kalenderjaar tussen de aanvangsleeftijd en de AOW-leeftijd waarin dat niet zo was, wordt een korting toegepast. Deze pagina beschrijft de regels zoals ze in de Algemene Ouderdomswet staan, met de bedragen zoals de minister ze in de Staatscourant heeft bekendgemaakt.

Verzekerd zijn, niet premie betalen

U bent voor de AOW verzekerd als u in Nederland woont, of als u hier niet woont maar loonbelasting betaalt over werk dat u in Nederland verricht. Wat u verdiende doet niet mee en wat u betaalde evenmin: iemand die nooit heeft gewerkt is op precies dezelfde voet verzekerd als iemand die veertig jaar in loondienst was. Er is één drempel — u moet 1 kalenderjaar verzekerd zijn geweest — en daaronder bestaat er geen recht op AOW.

Vijftig jaar, en waarom het er precies vijftig zijn

De opbouwperiode loopt van de aanvangsleeftijd tot de AOW-leeftijd. Wie in 2026 de AOW-leeftijd bereikt, ziet die periode lopen van 17 jaar tot 67 jaar: 50 kalenderjaren. De wet noemt dat getal nergens. Het volgt eruit dat beide leeftijden altijd samen zijn opgeschoven — in elke rij van de wet én in elke mededeling in de Staatscourant — en het is de reden dat de korting van 2% per onverzekerd jaar precies op honderd procent uitkomt.

De wet formuleert het overigens andersom dan de meeste samenvattingen. Er staat niet dat u per verzekerd jaar iets opbouwt; er staat dat op het volledige bedrag een korting van 2% wordt toegepast voor elk kalenderjaar waarin u niet verzekerd was. Bij een periode van 50 kalenderjaren komt dat op hetzelfde neer — maar het is de korting die in de wet staat.

Twee bedragen, geen enkel bedrag in de wet

Bruto-ouderdomspensioen per maand, 01-07-2026 – 31-12-2026
SituatieBruto per maandPer verzekerd jaarGrondslag
ongehuwde pensioengerechtigde€ 1.662,16€ 33,24Algemene Ouderdomswet art. 9 lid 1 onderdeel a en lid 5 onderdeel a
gehuwde pensioengerechtigde€ 1.139,39€ 22,79Algemene Ouderdomswet art. 9 lid 1 onderdeel b en lid 5 onderdeel b

De brutobedragen zijn geen bedragen die de wet noemt. Ze worden afgeleid van het nettominimumloon: het brutopensioen wordt zo vastgesteld dat het nettopensioen per maand — na loonbelasting, premie volksverzekeringen en de bijdrage Zorgverzekeringswet — gelijk is aan zeventig procent van het nettominimumloon voor een ongehuwde pensioengerechtigde en vijftig procent voor een gehuwde. Dat nettominimumloon is zelf het brutominimumloon minus de premies en loonbelasting van een werknemer onder de pensioenleeftijd, berekend met tweemaal de algemene heffingskorting en verder niets. (Algemene Ouderdomswet art. 9 lid 2 t/m 5)

Meer over het bedrag en de korting · de AOW-leeftijd per jaar

Wanneer de AOW ingaat — en dat is het enige moment

Het pensioen gaat in op de dag waarop aan de voorwaarden is voldaan — niet op de eerste van de volgende maand en niet op een datum die u zelf kiest. Een te late aanvraag wordt hoogstens twaalf maanden met terugwerkende kracht uitbetaald; de Sociale Verzekeringsbank kan daarvan in bijzondere gevallen afwijken. (Algemene Ouderdomswet art. 16)

Er bestaat geen vervroegde AOW en geen verlaagde vervroegde variant ervan. Het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is een van de voorwaarden waarop het pensioen ingaat. Uitstellen kan evenmin: geen enkele bepaling laat het pensioen later ingaan en geen enkele betaalt een verhoging voor uitstel.

Vakantie-uitkering

De vakantie-uitkering wordt maandelijks opgebouwd en jaarlijks uitbetaald: wie over een maand recht heeft op ouderdomspensioen, heeft over die maand ook recht op vakantie-uitkering, en de betaling in mei dekt de twaalf maanden daarvoor. De korting per onverzekerd jaar werkt in dezelfde verhouding door: wie zestig procent van het pensioen ontvangt, ontvangt zestig procent van de vakantie-uitkering.

Deze site noemt geen bedrag voor de vakantie-uitkering: de mededeling in de Staatscourant publiceert de pensioenbedragen en niet die van de vakantie-uitkering, en er is deze ronde geen instrument gevonden dat het bedrag noemt.

Gaten in de verzekering

Wie niet langer verplicht verzekerd is, kan zich hoogstens tien jaar vrijwillig verzekeren, gerekend vanaf de dag na het einde van die verzekering, en alleen als hij direct daarvoor ten minste een jaar verplicht verzekerd was. De grens van tien jaar geldt niet voor zes in de wet genoemde categorieën, waaronder mensen in dienst van een Nederlands publiekrechtelijk lichaam en mensen die zijn uitgezonden naar aangewezen ontwikkelings- of internationale organisaties. (Algemene Ouderdomswet art. 35 lid 1 en 3)

Een pensioengerechtigde die niet in Nederland woont, ontvangt het bedrag voor gehuwden, ongeacht zijn leefvorm, met dezelfde korting per onverzekerd jaar. Verhuizen naar het buitenland verandert daarmee het tarief van een ongehuwde pensioengerechtigde, terwijl er aan zijn omstandigheden niets is veranderd. (Algemene Ouderdomswet art. 9a lid 1)

Een toeslag voor een pensioengerechtigde met een partner onder de pensioenleeftijd bestaat alleen nog voor mensen die al gehuwd waren en al recht op pensioen hadden vóór de afsluiting van de regeling, en vervalt zodra het inkomen van de partner de volledige brutotoeslag overschrijdt. Sindsdien is er geen nieuw recht meer ontstaan. Waar de toeslag wordt betaald, is de volledige brutotoeslag gelijk aan het pensioenbedrag voor gehuwden. (Algemene Ouderdomswet art. 8 lid 1 en 2, art. 9 lid 6)

Er is geen minimum-AOW

Er is geen gegarandeerd minimum-AOW. Eén verzekerd kalenderjaar levert een vast deel van het volledige bedrag op en niets in de wet legt een bodem onder de uitkomst. Het vangnet — de AIO, de aanvullende inkomensvoorziening ouderen — is een inkomensafhankelijke uitkering onder de Participatiewet, een andere wet met eigen inkomens- en vermogenstoetsen; wie vermogen boven de grens heeft, ontvangt die niet.