NetLoon

Het AOW-bedrag

De AOW kent twee brutobedragen — één voor de ongehuwde en één voor de gehuwde pensioengerechtigde — en de wet noemt geen van beide. Wat de wet noemt is een afleiding van het netto-minimumloon en een plicht voor de minister om het resulterende bedrag in de Staatscourant bekend te maken. Deze pagina laat zien welke bedragen dat zijn, en wat de korting per onverzekerd jaar ermee doet.

De twee bedragen

Bruto-ouderdomspensioen per maand, 01-07-2026 – 31-12-2026
SituatieBruto per maandPer verzekerd jaarGrondslag
ongehuwde pensioengerechtigde€ 1.662,16€ 33,24Algemene Ouderdomswet art. 9 lid 1 onderdeel a en lid 5 onderdeel a
gehuwde pensioengerechtigde€ 1.139,39€ 22,79Algemene Ouderdomswet art. 9 lid 1 onderdeel b en lid 5 onderdeel b

De AOW kent twee brutobedragen naast elkaar, geen basisbedrag met een toeslag of een korting erop. Welke van de twee voor u geldt hangt af van uw leefvorm, niet van uw inkomen: er is geen inkomenstoets.

De wet noemt geen bedrag

De brutobedragen zijn geen bedragen die de wet noemt. Ze worden afgeleid van het nettominimumloon: het brutopensioen wordt zo vastgesteld dat het nettopensioen per maand — na loonbelasting, premie volksverzekeringen en de bijdrage Zorgverzekeringswet — gelijk is aan zeventig procent van het nettominimumloon voor een ongehuwde pensioengerechtigde en vijftig procent voor een gehuwde. Dat nettominimumloon is zelf het brutominimumloon minus de premies en loonbelasting van een werknemer onder de pensioenleeftijd, berekend met tweemaal de algemene heffingskorting en verder niets. (Algemene Ouderdomswet art. 9 lid 2 t/m 5)

Verandert het nettominimumloon, dan wordt het gewijzigde brutopensioen door of namens de minister in de Staatscourant bekendgemaakt. Het gaat in zonder dat er een besluit wordt afgegeven en wordt door de Sociale Verzekeringsbank bij de eerstvolgende betaling uitbetaald. Niemand krijgt een brief met het nieuwe bedrag en er is niets om bezwaar tegen te maken. (Algemene Ouderdomswet art. 9 lid 7 t/m 9)

De bedragen hierboven zijn die van 01-07-2026 – 31-12-2026. Ze worden niet herzien maar VERVANGEN, tweemaal per jaar, op de dagen waarop het minimumloon wordt aangepast.

De korting van 2%

Op het bedrag hierboven wordt 2% in mindering gebracht voor elk kalenderjaar tussen de aanvangsleeftijd en de AOW-leeftijd waarin u niet verzekerd was. Bij een periode van 50 kalenderjaren betekent dat: wie de hele periode verzekerd is geweest, krijgt het volle bedrag.

  • Eén onverzekerd jaar kost de ongehuwde pensioengerechtigde € 33,24 per maand.
  • Voor de gehuwde pensioengerechtigde is dat € 22,79 per maand — een ander bedrag, omdat de twee bruto­bedragen los van elkaar worden vastgesteld.

Delen van kalenderjaren worden bij elkaar opgeteld en teruggebracht tot hele jaren, waarbij een jaar op 360 dagen en een maand op 30 dagen wordt gesteld; wat daarna overblijft telt niet mee. Voor de korting werkt dat in uw voordeel — een restant onverzekerde tijd valt weg — en voor de drempel van één jaar juist niet.

Waarom er geen rekenmachine op deze pagina staat

De rekensom is eenvoudig; de invoer is dat niet. De korting hangt af van precies welke kalenderjaren u over een periode van vijftig jaar verzekerd was — een vraag over waar u woonde en werkte vanaf uw zeventiende, beantwoord uit de administratie van de Sociale Verzekeringsbank. Een pagina die u vraagt hoeveel jaren dat waren en dat vermenigvuldigt, geeft u uw eigen schatting terug als uw pensioen. Uw eigen opbouw staat in het overzicht van de SVB.