- Home
- Wettelijk minimumuurloon
Wettelijk minimumuurloon
Nederland kent sinds 2024 één wettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder, dat twee keer per jaar wordt aangepast. Er is geen wettelijk vast maandbedrag meer. De getoonde bedragen zijn die van 2026.

Eén uurloon voor het hele land
Sinds 1 januari 2024 kent Nederland één wettelijk minimumuurloon dat landelijk geldt, op grond van de Wet minimumloon en de Wet vaste minimumuurlonen (Stb. 2023, 407). Vóór die hervorming werd het minimum als een maandbedrag gepubliceerd dat stilletjes meebewoog met de lengte van een voltijdweek; nu is er één brutobedrag per gewerkt uur, hetzelfde of een volle week in uw sector nu 36, 38 of 40 uur is. De bedragen op deze pagina zijn die van 2026; niemand heeft ze ondertekend.
De twee perioden in 2026
Het minimumloon wordt twee keer per jaar opnieuw geïndexeerd, dus 2026 kent twee bedragen voor werknemers van 21 jaar en ouder:
- € 14,71 per uur vanaf 1 januari 2026.
- € 14,99 per uur vanaf 1 juli 2026.
Dit is een brutobedrag — vóór loonheffing en vóór de heffingskortingen. Wilt u zien wat een minimumloon na inhoudingen waard is, voer dan een maandequivalent bruto in de rekenmachine in.
Wat dat per maand is
Omdat het wettelijke bedrag nu per uur geldt, hangt uw maandminimum volledig af van uw contracturen. Puur ter illustratie, uitgerekend als uurloon × uren per week × 52 ÷ 12:
- Vanaf 1 januari 2026 (€ 14,71 per uur): ongeveer € 2.294,76 per maand bij een 36-urige werkweek en zo’n € 2.549,73 bij een 40-urige werkweek.
- Vanaf 1 juli 2026 (€ 14,99 per uur): ongeveer € 2.338,44 per maand bij een 36-urige werkweek en zo’n € 2.598,27 bij een 40-urige werkweek.
Dit zijn bruto bedragen vóór belasting, en het zijn uitgewerkte voorbeelden op basis van het uurloon — geen officieel maandbedrag. Sinds 2024 is er geen wettelijk maandminimum meer om te noemen, dus wie bij 38 uur per week werkt komt op weer een ander bedrag uit. Werkt u parttime, vermenigvuldig dan het uurloon met uw eigen contracturen; het uurbedrag zelf is hetzelfde voor iedereen van 21 jaar en ouder.
Minimumloon, minimumsalaris, minimum uurloon — hetzelfde bedrag
In het spraakgebruik heten deze bedragen van alles: minimumloon, minimum loon, minimumsalaris, minimum uurloon of gewoon „het minimum”. Voor het loon dat uw werkgever u moet betalen kent de wet nog maar één grootheid, en dat is het wettelijk minimumuurloon per gewerkt uur. Alle andere vormen — een minimum maandsalaris, een minimum weekloon — zijn sinds 2024 afgeleiden die u zelf uitrekent, niet loonbedragen die de overheid vaststelt. (De Wet minimumloon noemt zelf nog wel een maandbedrag, maar uitdrukkelijk alleen voor de toepassing van andere wetten die voor het berekenen van uitkeringen naar de WML verwijzen — geen loon dat u van uw werkgever kunt vorderen.) Zoekt u dus een „minimumsalaris per maand”, dan is het antwoord altijd: het uurbedrag hierboven maal uw eigen contracturen. De blogpost minimumloon per maand berekenen loopt die rekensom stap voor stap door en legt uit waarom uw maandbedrag per maand kan verschillen.
En wat houdt u er netto van over?
Het minimumloon is een bruto bedrag. Wat er netto van overblijft, hangt af van de loonheffing en vooral van de heffingskortingen: de algemene heffingskorting en de arbeidskorting verlagen de inhouding, en juist bij lagere inkomens doen ze dat sterk. Er bestaat geen gepubliceerd „netto minimumloon” — uw netto hangt ook af van bijvoorbeeld uw contracturen en of u de loonheffingskorting laat toepassen. Voer daarom een maandequivalent hierboven in de rekenmachine in om een indicatie te zien. Bovenop het brutoloon komt nog de vakantiebijslag van 8,00%, die apart wordt opgebouwd.
Jongere werknemers
Het volledige minimum geldt vanaf 21 jaar. Jongere werknemers, van 15 tot en met 20 jaar, hebben recht op een vast percentage van het volwassen minimum, dat per leeftijdsjaar oploopt (de minimumjeugdloonstaffel). Deze rekenmachine en pagina werken met het volwassen bedrag vanaf 21 jaar; voor de exacte bedragen per leeftijd, die per halfjaar apart worden gepubliceerd, is de Rijksoverheid de gezaghebbende bron. We nemen ze hier niet over omdat ze buiten de gegevens van deze versie vallen — ze noemen zou verder gaan dan wat er is gesourcet.