NetLoon

Premies en werkgeverslasten

De premies volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz) zitten in de eerste belastingschijf en worden niet nog een keer apart ingehouden. De werkgeversheffingen (zoals Zvw, AWf, Aof) komen bovenop het brutoloon voor rekening van de werkgever. De getoonde percentages zijn die van 2026.

Twee heel verschillende dingen die „premies” heten

Op Nederlandse loonstroken staan twee soorten premies die makkelijk door elkaar lopen, en deze pagina houdt ze uit elkaar. De eerste zijn de premies volksverzekeringen — die horen bij u, maar zitten al in de loonheffing verwerkt. De tweede zijn de werkgeversheffingen — die betaalt uw werkgever, bovenop uw brutoloon, en die gaan nooit van uw nettoloon af. De percentages op deze pagina zijn die van 2026; niemand heeft ze ondertekend.

Premies volksverzekeringen: in de eerste schijf

De premies volksverzekeringen bekostigen drie landelijke regelingen: de AOW (staatspensioen), de Anw (nabestaanden) en de Wlz (langdurige zorg). Samen komen ze uit op 27,65%, opgebouwd uit 17,90% voor de AOW, 0,10% voor de Anw en 9,65% voor de Wlz. Ze worden alleen geheven over inkomen tot € 38.883 — de bovengrens van de eerste belastingschijf.

Het cruciale punt: het is geen aparte inhouding. De eerste loonheffingsschijf van 35,75% bevat ze al — die 35,75% is het loonbelastingdeel van 8,10%plus de 27,65% premies bij elkaar opgeteld. Deze rekenmachine trekt de premies dus niet nog een tweede keer af; ze als een eigen deel van de eerste schijf tonen is een manier om te laten zien waar die 35,75% vandaan komt, geen extra heffing op uw loon. Deze opsplitsing is gecorroboreerd (Accountancy Vanmorgen), met de Staatscourant-regeling als primaire bron.

Werkgeversheffingen: een kostenpost bovenop uw brutoloon

Los daarvan betaalt uw werkgever een reeks heffingen die over uw loon worden berekend maar aan de werkgever in rekening worden gebracht — de werkgeversheffingen. Voor een gewoon vast contract is dat meestal de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw, 6,10%), het werkloosheidsfonds tegen het lage vaste-contracttarief (AWf-laag, 2,74%), het arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof-laag, 6,27%), de werkhervattingskas (Whk, een sectorgemiddelde van 1,52%) en de opslag kinderopvang (Wko, 0,50%) — ruwweg 17,13% bovenop het brutoloon voor die standaardset. Ze worden geheven over loon tot een maximumpremieloon van € 79.409 per jaar.

Niets hiervan verlaagt uw nettoloon. Het is het verschil tussen wat u de werkgever kost (uw „totale loonkosten”) en uw brutosalaris — en daarom toont de rekenmachine de werkgeverslasten als een aparte regel, nooit als een stuk dat van uw netto wordt afgehaald. Deze werkgeverstarieven komen uit een branche-intake en zijn gecorroboreerd; de Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 van UWV/Belastingdienst is de genoemde primaire bron. Juist de Whk verschilt in de praktijk per werkgever — het sectorgemiddelde is alleen ter illustratie getoond.

Volksverzekeringen, werknemersverzekeringen — en de woorden ertussenin

De wet kent twee families sociale verzekeringen, en de namen erboven verklaren veel van de verwarring. De volksverzekeringen zijn de AOW, de Anw en de Wlz hierboven: die bent u zelf verschuldigd, en ze zitten in de loonheffing. De werknemersverzekeringen zijn de verzekeringen tegen werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid — WW, ZW, WIA en WAO. Die premies is uw werkgever verschuldigd, en hij mag ze wettelijk niet op u verhalen; de AWf-, Aof- en Whk-tarieven hierboven horen bij die familie. De werkgeversheffing Zvw en de opslag kinderopvang staan er allebei buiten: de Zvw-bijdrage komt uit de Zorgverzekeringswet, en de opslag kinderopvang is een opslag op de Aof-premie die de kinderopvangtoeslag bekostigt — geregeld in de Wet kinderopvang, niet in de Wfsv. Van de vijf tarieven hierboven zijn er dus drie een werknemersverzekering en twee niet.

Wat mensen in de praktijk „werkgeverslasten”, „werkgeverspremies”, „sociale lasten” of „sociale premies” noemen, is doorgaans het totaal van die werkgeverskant bij elkaar opgeteld. Geen van die woorden komt voor in de wetten die deze premies regelen, en verschillende rekentools tellen er verschillende posten in mee — daarom staan de tarieven hier per post en niet als één getal. De blogpost premies werknemersverzekeringen en werkgeverslasten zet de families naast elkaar met de wetsartikelen erbij, inclusief het maximumpremieloon en wat een loonstrook het sv-loon noemt.

Waarom het voor uw netto uitmaakt

De twee uit elkaar houden verklaart een veelgestelde vraag: „waar staan mijn sociale premies op de loonstrook?” Voor wie onder de AOW-leeftijd in gewone loondienst werkt, zitten ze in de loonheffing en niet in een aparte inhouding — het ene loonheffingsbedrag is dus werkelijk de hele inhouding aan werknemerskant. Wat de werkgever daarbovenop betaalt is echt geld, maar het zijn de kosten van de werkgever, niet die van u. Zie de pagina loonheffing voor hoe de heffingskortingen dat gecombineerde bedrag daarna verlagen.